Elektronisch Patiënten Dossier

Elektronisch Patiënten Dossier

  

Ontwikkeling van transmuraal EPD in Midden-Brabant
Bestuurders van het Zorgnetwerk, zorgprofessionals uit de regio, ICT-ers en managers, oriënteren zich sinds december 2004 op de wenselijkheid en mogelijkheid van een transmuraal Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Een dergelijk dossier kan de kwaliteit van de medische gegevensuitwisseling tussen zorgprofessionals bevorderen. Te denken valt aan het uitwisselen van gegevens over ziekten, medicatie, laboratoriumonderzoek, röntgenfoto’s en functieonderzoek.

Doel
Doel van de uitwisseling van gegevens is het verminderen van fouten in de overdracht van medische gegevens en het kunnen beschikken over de meest recente medische informatie voor de behandeling van de patiënt.

Techniek
Midden-Brabant heeft ervoor gekozen de landelijke ontwikkeling op enige afstand te volgen en geen koploper te zijn. De eerste prioriteit is een goede afstemming tussen zorgprofessionals over de gegevensuitwisseling en het bezien van de technische mogelijkheden. Juli 2005 zijn hiertoe twee werkgroepen gestart. Eén werkgroep houdt zich bezig met de technische mogelijkheden. Een regionale inventarisatie is uitgevoerd en hiermee is overzicht verkregen van de bij de zorgaanbieders beschikbare hardware, software en andere verbindingen. Bestudeerd wordt welke technische mogelijkheden er voor Midden-Brabant zijn om gegevens goed te kunnen uitwisselen (inzagefuncties, database, een combinatie van deze, etc.). Hier komen ook de landelijke eisen die betrekking hebben op een Goed Beheerd Zorgsysteem (GBZ) om de hoek kijken. Te denken valt aan beschikbaarheid van systemen, 24 uur per dag, privacy, veiligheid, etc.

Inhoud
Naast de technische werkgroep, is een inhoudelijke werkgroep gestart. Deze bestaat uit zorgprofessionals zoals, huisartsen, specialisten, apothekers, etc. Zij hebben de uitdagende taak voorstellen te doen voor de uitwisseling van de medische inhoudelijke gegevens. De vraag die de werkgroep zich stelt is: Wie mag welke gegevens inzien en gebruiken, wie mag gegevens aanleveren en welke gegevens zijn leading in de data-uitwisseling? Op het moment dat hierop antwoorden zijn geformuleerd, zullen de voorstellen worden gecommuniceerd met de achterbannen van de verschillende zorgprofessionals.

Product
Landelijke ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden en waar mogelijk worden ervaringen en kennis van de landelijke koploperregio’s gebruikt.
Al met al ontstaat er zo een beeld van de gewenste functionaliteiten van een transmuraal EPD, zowel inhoudelijk als technisch. Op basis hiervan kunnen leveranciers een kostenindicatie afgeven. Eindproduct van dit hele proces is een businesscase, op basis waarvan bestuurders besluiten kunnen nemen over het aanschaffen en inrichten van een transmuraal EPD.

Bestuur
Gekozen is voor een gefaseerd traject. Onderscheid is gemaakt tussen de meer acute vormen van zorg en daarbijbehorende zorginstellingen en de minder acute vormen van zorg. In de eerste fase zijn de volgende instellingen betrokken: de beide ziekenhuizen, de huisartsen, de huisartsenpost, de apothekers, de GGD (meldkamer), GGZ Midden-Brabant, Revalidatiecentrum Leijpark en Bernard Verbeeten Instituut (vanwege de complexiteit van het inzien van zeer grote bestanden).
In de tweede fase volgen de V&V-sector, thuiszorg en de gehandicaptensector.

Regionale ontwikkeling
Midden-Brabant volgt de landelijke ontwikkelingen. Dat garandeert niet altijd voortgang. Zo is de start met het Elektronisch Medicatie Dossier landelijk met een jaar vertraagd. In onze regio wordt uitdrukkelijk gezocht naar quick wins.
Beide ziekenhuizen zijn met de huisartsen in overleg om een inzagefunctie te realiseren in de medische dossiers van het ziekenhuis. Daarnaast werkt de Centale Huisartsen Post aan elektronische communicatie met de huisartsen (via het Waarneem Dossier Huisartsen).
Vanuit het traumacentrum wordt gewerkt aan elektronische gegevensuitwisseling in de acute zorgketen en tal van andere kleinere initiatieven komen op gang. Belangrijk is het om voortdurend aan te sluiten bij de landelijke normen die hiervoor door Ministerie VWS op advies van
www.nictiz.nl , zijn vastgesteld. Dit garandeert de meeste kans op geslaagde aansluiting bij een regionale of landelijke infrastructuur voor gegevensuitwisseling in de nabije toekomst.