Angst/onrust in palliatieve fase

Angst en onrust kunnen in de palliatieve fase zorgen voor uitdagende situaties met negatieve gevolgen voor de kwaliteit van leven en sterven. Op 17 november j.l. verzorgde het Regionaal Consultatieteam Palliatieve Zorg daarom een scholingsbijeenkomst over angst en delier in de palliatieve fase.

We hebben ooit een man verzorgd in zijn laatste levensfase, die onverwachts zeer agressief reageerde bij het krijgen van een zetpil. De zorg om hem heen was volledig verrast, ze kenden hem alleen maar als heel zachtaardig en vriendelijk. Het bleek dat hij in zijn jeugd nare seksuele ervaringen had gehad. Volgens zijn familie had hij hier nooit (zichtbaar) last van gehad, had het zogezegd “een plaatsje kunnen geven”. Het geven van de zetpil was echter voor hem een trigger die acuut de deurtjes in zijn brein weer open zette waarachter zijn angsten en herinneringen van destijds zaten.

Angst en PTSS

Angst in de palliatieve fase is een normale reactie , het maakt je emotioneel klaar voor een bedreiging. Dit noemen we reactieve angst. Het hebben van een ongeneeslijke ziekte kan als een bedreiging voelen. Je word geconfronteerd met de dood, met existentiële onzekerheden en ingrijpende veranderingen in je leven die gaan komen. Met elkaar de zorgen bespreken, voorbereidingen treffen op het naderende einde en uitleg krijgen over de mogelijkheden van symptoombestrijding, kunnen vaak tot geruststelling en afname van de angst leiden. Momenten van angst kunnen zich dan afwisselen met periodes van rust, aanvaarding en het beleven van vreugde. Het aanpassingsvermogen van patiënten met een ongeneeslijke ziekte is vaak verrassend groot.

Soms lukt het patiënten niet om op een goede manier met de angst om te gaan. Het kan voorkomen dat de confrontatie met de dood heftigere angsten oproept door bijvoorbeeld herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden.
Een post traumatische stress reactie kan ontstaan op confrontatie met het hebben van een ongeneeslijke ziekte, oftewel met de dood. Als men eerder in het leven doodsangsten heeft gehad, kan dit de trigger zijn om weer extreem angstig te worden. We zullen ons hier bewust van moeten zijn. Rik Adrianow, GZ-psycholoog in het ETZ, gaf in deze scholingsbijeenkomst uitleg over PTSS en hoe hier als zorgverlener mee om te gaan aan de hand van een viertal tips:.

  1. Onderdruk de angst niet meteen met medicatie.
  2. Maak de extreme angst bespreekbaar met patiënt en mantelzorger en leg uit wat er gebeurd.
    Dit helpt vaak al verrassend goed.
  3. Identificeer gezamenlijk de triggers en kijk hoe ze te vermijden
  4. Schakel eventueel een deskundige in. Gesproken werd over EMDR, wat ook in de palliatief (terminale) fase nog een zinvolle interventie kan zijn. Helaas is dit in de eerste lijn moeilijk te realiseren.

Voor meer achtergrondinformatie, lees de hernieuwde richtlijn Angst in de palliatieve fase op palliaweb.

Delier

In het tweede deel van de avond, verzorgde Marijke Tonino, arts ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg, een presentatie over het delier in de palliatief (terminale) fase. Een delier komt in de terminale fase zeer veel voor en is erg ingrijpend voor de patiënt en diens naasten, ook wanneer de symptomen voor de omgeving niet zo zichtbaar zijn. Op tijd herkennen en aanpakken is de kernboodschap in de presentatie van Marijke. Met name bij de “stille” variant van een delier is het belangrijk alert te zijn op kleine signalen, zoals b.v. heftige dromen. Ook de herziene richtlijn “Delier in de palliatieve fase” werd besproken (te vinden op www.palliaweb.nl). In de evaluatie gaven de deelnemers aan dat zij zich veel bewuster zijn geworden van de impact van een delier op de patiënt en daarom eerder, vaker en in een hogere dosering, haloperidol zullen gaan inzetten.

Niet medicamenteuze behandeling kan helpen door het ondersteunen van de oriëntatie en het geven van uitleg aan naasten. Informatie voor naasten is te vinden op https://www.thuisarts.nl/delier
Heb je vragen over angst, delier of andere symptomen in de palliatieve fase?  Bel dan met één van de collega’s van het Regionaal Consultatieteam Palliatieve Zorg (088-6051444).