aandacht voor vroegsignalering

Huis- en bedrijfsartsen, verzuimverpleegkundigen, een psycholoog en bedrijfsmaatschappelijk werker: in totaal telde de scholingsmeeting over vroegsignalering van dementie afgelopen 16 maart 22 deelnemers. Deze meeting is 1 van de concrete stappen in de regio om het belang van de vroegtijdige signalering van deze ziekte bij jonge mensen onder de aandacht te krijgen.

Een huis- of bedrijfsarts krijgt er 1 hooguit 2 keer in zijn carrière mee te maken: iemand onder de 65 jaar met verschijnselen van dementie. Begrijpelijk dat de arts deze ziekte bij ‘jonge mensen’ niet gemakkelijk herkent. Terwijl het belang van vroegsignalering groot is.

Diagnose dementie

“Want”, zegt Renske Timmers (foto), “hoe eerder de juiste diagnose is gesteld, hoe eerder deze mensen (en hun mantelzorgers) optimale zorg en de juiste ondersteuning en goede adviezen van een casemanager, die gespecialiseerd is in jonge mensen met dementie, krijgen. Vooralsnog duurt de diagnose dementie bij deze groep mensen 4 tot 6 jaar. We zien dat graag gehalveerd.”

Onderzoek gedaan

Renske is verpleegkundig specialist bij De Wever, lid van het expertteam en van het regioteam Jonge Mensen met Dementie (JMMD). Vanuit dit regioteam onderzoekt zij binnen het Unicity II-project hoe je de zorg voor deze mensen in de breedste zin kan verbeteren. Daartoe heeft ze 18 interviews afgenomen met huis- en bedrijfsartsen en POH-ers. Centrale vraag: ‘Wat hebben jullie nodig om bij jongere mensen eerder de verschijnselen van dementie te kunnen signaleren?’

Kennis, angst en signaleringsroute

Renske ziet naar aanleiding van het onderzoek 3 grote thema’s:

  1. Kennis: dementie op jonge leeftijd is lastig te herkennen. Vaak valt gedragsverandering meer op dan geheugenproblemen. Dan denken artsen toch eerst aan een burn-out, depressie of relatieproblemen. Daarbij komt het zo weinig voor, dat artsen qua scholing voorrang geven aan specifieke, vaak voorkomende problemen.
  2. Angst: uit het onderzoek blijkt dat er bij patiënten angst heerst om ‘dement’ verklaard te worden, waardoor er verzet is tegen testen en doorverwijzing (angst voor confrontatie met onvermogen). Artsen ervaren het zwaar om de mogelijkheid van dementie te bepreken. En vanuit de familie is er angst voor het bevestigd krijgen van hun vermoeden.
  3. Signaleringsroute: patiënten verzetten zich vaak tegen het doen van een test of tegen een verwijzing naar de geheugenpoli. Vaak erkennen zij niet dat er een probleem is, waardoor het voor de huisarts moeilijk is iemand te verwijzen. voorkeur is de routing voor een patiënt met problemen op cognitief gebied om de verwijzing via zorgpad 2 te doen. Dat betekent dat iemand wordt toegeleid naar specialistische zorg bij de geheugenpoli neurologie. Daar doen ze in één dagdeel het totale onderzoek, van MRI tot lumbaalpunctie en NPO.

Korte lijntjes

Renske: “Wat de ondervraagden aangeven nodig te hebben, is laagdrempelig samenwerken met korte lijntjes tussen huisarts, neuroloog, bedrijfsarts, POH-er en psycholoog. Ze benadrukken ook het belang om de familie te betrekken bij de gesprekken. Om beter een behandeltraject te kunnen monitoren is het daarnaast zaak om tijdspaden uit te zetten met snellere terugkomafspraken. Zo kun je er eerder achter komen of een ingezette behandeling tegen bijvoorbeeld een depressie werkt. Zo niet, dan zou er wel eens géén sprake kunnen zijn van een depressie…. maar bijvoorbeeld van dementie. Dat terugkomverzoek/evaluatiemoment verbetert de signaleringsfunctie van de POH-er of huisarts.”

Kennis delen en ervaringen uitwisselen

De scholingsmeeting van afgelopen half maart met de bedrijfsartsen was een logische stap na dit onderzoekstraject. Doelen van deze meeting zijn bewustwording creëren over dementie op jonge leeftijd en bijbehorende signalen; inzicht in het verwijzingsproces in zorgpad 2 in Midden-Brabant; met elkaar ervaringen uitwisselen. Dat gebeurt via een presentatie met informatie en filmpjes en via stellingen en vragen. Ook van de verhalen van mantelzorgers die vertellen over dat diagnosetraject kunnen de deelnemers veel leren.

Intervisie

Renske en casemanager Ineke van Rooy zouden graag een tweede scholingsmeeting plannen en dan met huisartsen uit de regio Midden-Brabant. Daarnaast worden er momenteel informatiefilmpjes gemaakt over dit onderwerp en gaat er kennisoverdracht plaatsvinden via casusbesprekingen/intervisie. “We hopen dat hiermee de kans vergroot dat een arts vermoedt dat een jonge patiënt misschien wel dementie kan hebben. En dat daarmee de tijd van het diagnostisch traject verkort.”