Op weg naar een betere samenwerking tussen zorgverleners in woonzorgvoorzieningen

Van dit onderwerp gaat het Geriatrisch netwerk dit jaar werk maken. Er is geïnventariseerd welke problemen er spelen in kleinschalige woonzorgvoorzieningen waar ouderen zgn. zelfstandig wonen, maar wel veel zorg nodig hebben. In wooncomplexen komen verschillende huisartsen en zorgverleners vanuit meer organisaties voor wijkverpleging. Van de buitenkant lijkt het op een zorgcentrum. Ouderen en naasten hebben soms de verwachting dat er 7×24 uur gecoördineerde zorg wordt verleend. Maar er is geen coördinatie van de zorg op het niveau van het complex. Soms wel op het niveau van individuele patiënten.

In zorgcentra die onder grotere zorgstichtingen vallen en waar artsen aan verbonden zijn, is er wel wat coördinatie. Maar het gebeurt wel dat vanuit een afdeling of een gang met aanleunwoningen meer verzorgenden op één morgen naar de huisarts bellen over de zorg die ze elk voor hun cliënt coördineren. Dat is soms onoverzichtelijk vanuit de huisarts bekeken. En omgekeerd moet de organisatie die zorg verleent goed bijhouden welke huisartsen er in het zorgcentrum komen voor cliënten, om toch tot enige afstemming te komen. Ook voor het ziekenhuis is het niet altijd duidelijk wie de regie over de zorg voert voor iemand die na opname weer naar huis mag en veel zorg – medisch en verpleegkundig – nodig heeft. Er moet meer aandacht komen voor de rol van specialisten ouderengeneeskunde. Gelukkig zijn er allerlei ideeën om de zorg hierin te verbeteren. Een werkgroep gaat hiermee aan de slag en de suggesties voor bijvoorbeeld verbetering van de samenwerking tussen huisarts, specialist ouderengeneeskunde en verpleegkundige verder uitwerken.