Goede kwaliteit van palliatieve zorg vraagt om coördinatie en continuïteit van zorg met kennis van zaken mét behoud van zoveel mogelijk ruimte voor eigen regie van patiënt en naasten. Elke patiënt krijgt een centrale zorgverlener aangewezen. Dit is iemand die de zorg coördineert en de eerste contactpersoon bij vragen of problemen voor de patiënt, naasten en betrokken professionalsOok heeft en houdt de centrale zorgverlener het overzicht over de ingezette zorg en ondersteuning. Degene die het levensfasegesprek voert, is verantwoordelijk om een centrale zorgverlener aan te wijzen. Dit kan een arts zijn, een verpleegkundige of een andere professional.   

Aandachtspunten voor registratie en communicatie

Algemeen
Siilo is een beveiligde omgeving waarin berichten kunnen worden gestuurd van en naar professionals. Hierdoor kan er snel worden afgestemd. Als een patiënt aangeeft (schriftelijk of mondeling) wat zijn behandelwensen zijn, is dat voldoende om die te volgen. Ook als dit indruist tegen eerdere vastgelegde afspraken.  

Huisartsen
Vraag toestemming LSP en leg dat vast in het dossier, zodat de gegevens voor de huisartsenpost (HAP) zichtbaar zijn. Schrijf een overdracht op de website van de HAP. Zet indien gewenst jouw telefonische bereikbaarheid erbij. Zet in de attentieregel dat het een patiënt in de palliatieve fase betreft. Schrijf hier ook relevante behandelafspraken, zoals NR, niet insturen, etc. Geef bij verwijzing naar ziekenhuis, hospice, etc. de gemaakte afspraken door.  

ETZ
Check bij binnenkomst of patiënt bekend is bij het ETZ. Als er geen gegevens over de patiënt bekend zijn, bel dan de eigen huisarts of de HAP voor nadere informatie. Geef in EPIC aan dat de patiënt palliatief is in het storyboard. Noteer daar ook de gemaakte afspraken bij het onderdeel ‘behandelbeperking’.  

Wijkverpleging 
Registreer de behandelwensen in je eigen ECD. 

Links en downloads