Generieke Functies databeschikbaarheid

Wens wordt werkelijkheid: minder administratie, meer tijd voor zorg

Een patiënt komt binnen bij de spoedeisende hulp. De arts heeft direct betrouwbare informatie nodig om snel de juiste beslissingen te nemen. Nu kost dat vaak tijd: zoeken in systemen, bellen, mailen, papieren formulieren. Met een nieuwe landelijke digitale infrastructuur verandert dat. Medische gegevens worden voortaan veilig, snel en automatisch beschikbaar — met volledige regie voor de patiënt en toegang alleen voor betrokken zorgprofessionals. 

We spraken Emma Biennier, projectmanager digitale gegevensuitwisseling bij RSO Midden‑Brabant, over de zgn. generieke functies die dit mogelijk maken. Achter de schermen zorgen deze functies ervoor dat betrokken zorgprofessionals geen extra, tijdrovende handelingen meer hoeven te verrichten. In dit interview legt Emma uit hoe ze werken en waarom ze cruciaal zijn voor veilige gegevensuitwisseling. En ook: wat ze concreet betekenen voor het dagelijkse werk van zorgprofessionals én voor de patiënt.

We noemen de generieke functies alvast; verderop in dit artikel legt Emma ze verder uit. Het gaat om de functies identificatie & authenticatie, autorisatie, toestemming, lokalisatie, adressering en logging.

Emma, als ik als zorgverlener één ding moet onthouden over generieke functies, wat moet dat dan zijn?

‘Generieke functies zijn in het huidige digitale systeem ingebouwde functies die ervoor zorgen dat zorgverleners veilig, snel en op dezelfde manier gegevens kunnen uitwisselen. Het is niet zichtbaar, maar zeker wel merkbaar in het dagelijks werk. Zorgverleners hoeven geen nieuw systeem te leren, maar gaan wél merken dat informatie sneller beschikbaar is, dat toestemming automatisch geregeld is en dat administratieve rompslomp verdwijnt. Het werk wordt eenvoudiger, veiliger en patiëntgerichter.’

Wat zijn generieke functies precies?

‘Generieke functies worden in opdracht van het ministerie van VWS landelijk ingevoerd en zorgen ervoor dat zorgsystemen in Nederland op dezelfde manier met elkaar communiceren. Nu gebeurt veel nog handmatig: bellen, mailen, papieren toestemmingsformulieren. Dat is foutgevoelig en kost tijd.’ 

De zes functies zijn:

  1. Identificatie & authenticatie: zeker weten wie de raadpleger/zorgverlener is.
  2. Autorisatie: controleren of een zorgverlener in zijn/haar rol toegang mag hebben.
  3. Toestemming: de patiënt bepaalt wie welke gegevens mag inzien.
  4. Lokalisatie: systemen vinden razendsnel waar gegevens van een patiënt staan.
  5. Adressering: gegevens komen bij de juiste afdeling of persoon terecht.
  6. Logging (functie die later volgt): patiënten kunnen zien met wie hun gegevens zijn gedeeld en wie hun gegevens heeft bekeken.

Voor zorgverleners verandert het werkproces vooralsnog nauwelijks. Alles gebeurt automatisch in het systeem dat ze al gebruiken.’

Noem eens een concreet voorbeeld, bijvoorbeeld voor een huisartsassistent?

‘Nu moet een huisartsassistent vaak achter toestemmingsformulieren aan, bellen met andere organisaties of wachten op informatie. Straks regelt de patiënt toestemming van tevoren zelf en worden gegevens automatisch en snel opgehaald via de generieke functies.

De assistent hoeft dus minder te bellen, minder te scannen en minder te registreren en kan zich dus meer persoonlijk richten op de patiënt.’

Hoe werkt dit in een acute situatie, bijvoorbeeld op de SEH?

‘Stel: een patiënt komt binnen op de spoedeisende hulp. De arts logt in. Het systeem checkt of hij echt is wie hij zegt dat hij is (identificatie & authenticatie). Via lokalisatie ziet het systeem binnen een fractie van een seconde waar relevante gegevens staan: medicatielijst bij de apotheek, een radiologieverslag in een ziekenhuis, enzovoort.

Daarna controleert het systeem automatisch:

·        Mag deze arts dit inzien? (autorisatie)

·        Heeft de patiënt toestemming gegeven? (toestemming)

 

Als dat klopt, krijgt de arts direct toegang tot de informatie die nodig is om goede zorg te verlenen. Is de patiënt klaar op de spoedeisende hulp? Dan zorgt adressering ervoor dat de overdracht naar een andere afdeling veilig en gericht ook alleen bij afdeling terechtkomt, niet meer per post of via algemene mailboxen. Het hele proces verloopt zonder extra handelingen van de zorgverlener. En het is vele malen sneller dan rondbellen en e-mailen. Veiliger ook: geen handgeschreven briefjes of geeltjes meer op het bureau.’

Wanneer gaat het systeem echt in de praktijk werken? 

'Het ministerie van VWS ontwikkelt de generieke functies, maar de implementatie gebeurt per regio. De basis is overal hetzelfde, maar regio’s verschillen in tempo. Op dit moment is de generieke functie toestemming – Mitz – gereed voor de implementatie, de andere generieke functies worden nog ontwikkeld. De verwachting is dat eind 2026 het grootste deel van de eerstelijnszorg - huisartsen, apotheken, ziekenhuizen - is aangesloten op Mitz. Andere sectoren, zoals de VVT en GGZ, volgen wat later.'

Hoe werkt het met de toestemming die je als patiënt moet geven?

‘Voor de functie ‘toestemming’ regelen patiënten zelf hun voorkeuren via MijnMitz.nl (inloggen met DigiD). 

En wat moeten zorgaanbieders doen?

‘Zorgaanbieders hoeven zelf technisch niets te doen. Zodra zij de overeenkomst hebben getekend, zorgt de leverancier voor de aansluiting.’

Jij werkt bij RSO Midden-Brabant, wat is jullie rol?

‘Onze rol is regionale en nationale afstemming, ondersteuning bij implementatie en communicatie. Dat is heel belangrijk, want zorgverleners denken soms dat er weer een nieuw systeem bijkomt. Dat is niet zo. Het gebeurt allemaal in hun bestaande systeem.’

Welke zorgen of misvattingen verwacht je bij zorgprofessionals?

‘De grootste misvatting is dat het extra werk oplevert. In werkelijkheid neemt het werk juist af. Daarnaast leven er vragen over privacy. Maar de nieuwe infrastructuur is juist veel veiliger dan de huidige praktijk met papieren briefjes, telefoontjes op de gang en algemene mailboxen. De patiënt heeft volledige regie en kan straks zien wie wat heeft ingezien.’

***

Samenwerking in de regio op het gebied van ICT is nodig om de professional te ondersteunen bij de zorg voor patiënten die van de ene zorgvorm naar de andere gaan. Bij deze zorgovergangen is digitale informatie-uitwisseling van cruciaal belang.   

RSO Midden-Brabant ondersteunt bij het verbeteren van de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg in de regio door middel van elektronische informatie-uitwisseling. We sluiten daarbij aan bij de landelijke ontwikkelingen, geïnitieerd vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en WEGIZ.   

***

De 8 meest gestelde vragen over generieke functies (met antwoorden)

1. Moet ik straks met een nieuw systeem werken?

Antwoord: Nee. De generieke functies draaien volledig in het huidige systeem dat je al gebruikt. Je merkt alleen dat informatie sneller beschikbaar is en dat administratieve handelingen verdwijnen.

2. Kost dit mij extra tijd of levert het juist tijd op?

Antwoord: Het levert juist tijd op. Handmatige taken zoals toestemmingsformulieren verwerken, rondbellen voor informatie of zoeken in mailboxen verdwijnen. De patiënt regelt toestemming zelf en gegevens worden automatisch opgehaald.

3. Hoe zit het met privacy? Wordt het niet makkelijker om gegevens in te zien die ik niet zou mogen zien?

Antwoord: Nee. Het systeem is juist veiliger dan nu.

  • Alleen zorgverleners met de juiste rol krijgen toegang (autorisatie).
  • De patiënt bepaalt wat gedeeld mag worden (toestemming).
  • Straks kan de patiënt via logging zien wie gegevens heeft ingezien.
  • Gegevens worden gericht verstuurd, niet meer naar algemene mailboxen (adressering).

4. Wat verandert er voor mijn dagelijkse werk als zorgverlener?

Antwoord: Je hoeft minder te bellen, minder te zoeken en minder te registreren. Je krijgt sneller de juiste informatie in je scherm. Het werkproces blijft hetzelfde, maar wordt eenvoudiger en efficiënter.

5. Wat betekent dit voor patiënten?

Antwoord:

  • Ze houden volledige regie over hun gegevens via Mitz (toestemming).
  • Ze kunnen straks zien wie hun gegevens heeft ingezien (logging).
  • De zorg wordt sneller, veiliger en beter afgestemd.
  • Bestaande toestemmingen worden automatisch overgezet.

6. Wat als een patiënt geen toestemming geeft?

Antwoord: Dan worden gegevens niet gedeeld, tenzij er sprake is van een acute situatie waarin toestemming niet kan worden gevraagd. De patiënt bepaalt altijd zelf wat gedeeld wordt.

7. Hoe weet ik zeker dat gegevens bij de juiste afdeling terechtkomen?

Antwoord: De generieke functie adressering zorgt dat gegevens gericht worden verstuurd naar de juiste afdeling of persoon en niet meer naar algemene mailboxen. Dat verkleint de kans op fouten en datalekken.

8. Wat als systemen van verschillende organisaties niet goed samenwerken?

Antwoord: Dat is precies wat de generieke functies oplossen. Ze worden op termijn in alle sectoren geïmplementeerd, zodat binnen de systemen van ziekenhuizen, huisartsen, apotheken, VVT en GGZ dezelfde afspraken gelden.